Cruisen op Corsica

Corsica mag dan niet te boek staan als een fietseiland, je kan er verdomd mooi fietsen. Belg Steven trok samen met Wielerbus.nl, een bus vol fietsende Nederlanders, naar het eiland om er zeven dagen rond te cruisen. Hij kwam terug na 39 fietsuren, 900 kilometer, 16000 hoogtemeters en een dagboek vol verhalen, welke hij deelde met GRINTA!

 

Donderdag 22 september 2022
Bus- en bootdag

Liefste dagboek,
Bijna middernacht is het, ik zit op het bed in mijn kajuit van pakweg drie op vier meter. Onder mij trilt de motor van de overzetboot richting Corsica. De boot wiebelt lichtjes heen en weer. Bijna 24 uur geleden werd ik samen met twee andere Belgen opgepikt door de Wielerbus, in Kontich. We waren de laatste lading van een bus vol wielerfanaten richting Corsica. Geen klassieke fietsbestemming, het eiland waar Napoleon geboren werd. En er geraken is een heuse onderneming, zo bleek. Eerst probeerde ik een tukje te doen op de slaapbus, wat vooral na de stop in Luxemburg aardig lukte. De Wielerbus is Nederlands, waar dacht je dat ze gingen tanken? Best aangenaam reizen vond ik het. Tegen dat je goed en wel je ogen open doet, serveren ze op de bus een van de strafste koffie’s ooit, ben je klaarwakker en zit je halfweg Frankrijk. Tegen het vieruurtje zat ik op een terras aan de haven van Toulon. Crêpe Sucré.

De grootste hindernis bleek nog aan boord van de overzetboot geraken. Chaos is een understatement. Eens aan boord dacht ik nog even een romantische scene na te spelen, dat zwaaien naar de kade bleek wat overdreven. Enkel opgewonden Fransen met fluohesjes daar. Het eten van het buffetrestaurant aan boord was dan weer meer volume dan kwaliteit. Wel leuk? ’s avonds in de pool bar zonder pool, even bijpraten met de buschauffeurs. Over Wim “snuffel” van Huffel en kwadraatsklimmen. Ken je dat? Het zijn hellingen waarbij de gemiddelde hellingsgraad gelijk is aan de lengte. Twee kilometer, twee procent. Wat do je dan met twee km aan vier procent… Daar lig ik zo meteen gegarandeerd nog even wakker van. Weet je wat ik nog leuker vind? Morgen als we af de boot gaan kunnen we gelijk fietsen. En of ik daar zin in heb. Ik doe het licht uit. Dat het maar rap morgen is, dat ik kan fietsen.

Vrijdag 23 september 2022
Monte Pigno – Caesar salad: 1 – 0

De eerste fietsdag zit er reeds op, en hij draaide volledig rond Cap Corse. Letterlijk én figuurlijk. Ik sliep best goed op die boot. Het moeilijkste van de dag was eigenlijk de bus, met bijhorende fietsentrailer, uit de boot krijgen. Daarna ging het snel. Schoenen aan, helm op de kop, en gaan. Voor ik het goed besefte fietste ik langs de kustlijn. In het begin nog wat druk verkeer, daarna rust alom. Ik dronk na amper 30 km al koffie op een lokaal terras vlakbij de zee, speelde met fiets en benen op de vele stroken van drie à vier procent, de fietshonger was groot. Ik keek met grote ogen naar het idyllische Port de Centuri, en zag na elke hoek weer een ander heerlijk beeld met Cap Corse en de zee in de hoofdrol. Minpuntje wel: het terrasje dat we hadden uitgekozen als middagstop (de helft van de 34 deelnemers zat daar) had als beste keuze een Caesar Salad. Dat heb ik me bekocht later.

Ik ging vandaag voor de langste rit. Elke dag kunnen we kiezen uit verschillende alternatieven, moet je weten. Die langste deed als extraatje Monte Pigno. Wat een onding! Het slot van de 12 km lange klim was vier km aan tien procent, en het licht ging er een beetje uit bij mij. Twee repen en een salade volstaan niet voor 135 km. Monte Pigno komt in het rijtje met de Galibier en de Yuvasshyta. Hongerklopcols. Beginnersfoutje, zal me morgen niet overkomen, beloofd. Verder ben ik vlak na aankomst nog even naar de zee getrokken om te zwemmen. Een klote keienstrand, pijn aan de voeten. Heerlijk in het water. De middellandse zee op zijn warmst. Nadien ging ik met de groep bij een Italiaan die een beetje karig was met de pasta. Bestellen die kerels van Wielerbus direct wat pizza’s bij om te delen, hoe zalig is dat. Pizza als dessert. Morgen nog een stevig ontbijt en Monsieur Fringale maakt geen kans meer. Ik ben al benieuwd naar morgen, het weer zou een beetje gaan omslaan. Er wordt regen voorspeld.

Zaterdag 24 september
Regenjas uit stuurtas

Gisteren bolden 500 auto’s uit een boot, vandaag kwamen er alsmaar fietsen uit een hotel. Die mochten namelijk bij ons op de kamer slapen. Ik heb hem warm ingestopt, de fiets was er klaar voor. Het was wel even schrikken toen ik die Nederlanders hoorde spreken over een ‘jusje’ vanmorgen, dat is een appelsiensapje zo blijkt. De rit van vandaag ging door niemandsland. Vanuit Saint Florent reden we naar Calvi over wegen waarvan je je afvraagt waarom ze er ooit gelegd zijn. En dan komt er plots uit het niets een gehuchtje dat het antwoord biedt. Soms ging dat over vlak asfalt, nieuw, en soms was het plots weer ruw versleten wegdek. Als de asfaltvrachtwagen leeg is, stoppen ze daar met vernieuwen denk ik. Te ver van de bewoonde wereld om verder te werken. Het was de dag dat Annemiek wereldkampioen werd met één arm en reisbegeleidster Sanne op hetzelfde moment tante. Haar zusje, niet te verwarren met ‘jusje’, bracht Teun op de wereld.

Zondag 25 september 2022
Rode rotsen

Dag drie van de reis alweer. Wat een start van de dag! Ik regelde gisteren een TV in de lobby om  naar het WK te kijken, om zeven uur zat ik paraat om Remco de tegenstand te zien wegblazen. Annemiek won met één arm, Remco had met één been ook gewonnen. Op een roze wolk, en toepasselijk roze shirt, vertrok ik met de groep richting Porto. Man, die eerste klim, daar kreeg ik het zo warm van. Ik voelde me vanmorgen niet heel erg lang Remco. Wel fijn trouwens, die Nederlanders. Bij de televisie haakten ze af. Ze kwamen ons wel proficiat wensen. Van daaruit ging het zuidwaarts richting Porto, en dat werd enkel mooier. Ook vandaag hadden we trouwens weer prijs. De pizzeria waar we stoten schoot in een kramp toen al die fietsers aanmeerden. Alle familieleden werden opgetrommeld mo bij te springen, zo leek het. En daar waren ze niet allemaal even blij mee. Bon, lekkere appelcrumble wel, genoten. Die Corsicanen kunnen nors zijn zeg.  

Corsica heeft van die heerlijke afdalingen: je houdt snelheid, moet remmen noch gas geven, bochtenwerk is haalbaar. Ronduit fantastisch. Wat ze in Corsica ook hebben zijn rode rotsen. En smalle baantjes tussen rode rotsen. Deé bus was bijna te groot voor die baantjes. Ik denk dat de chauffeurs meer gezweet hebben dan ons. Op de fiets is het wel fantastisch. Die uitzichten. Met open mond fiets je van bocht naar bocht, en telkens is het de moeite. De diepblauwe zee op rechts diep onder ons. Links de roodkleurige rotsformaties die spectaculair zijn. Zoveel de moeite dat we die dertig km extra voor de langste ritoptie ook deden vandaag. Die lange optie betekent vandaag enkel om bij de eindhalte van de dag nog verder te fietsen richting Calanches de Piana, Unesco werelderfgoed. Een achttal kilometer klimmen extra wel. De moeite waard. Je krijgt er niet genoeg van. Ohja, moet ik ook nog bekennen: ik had vandaag zoveel zin in ijs dat ik rechtstreeks naar de glacier ben gestapt ben gestapt. Porto is een gezellig plaatse. We hadden er ook nog een aperitief met de groep. Santé. En pasta met stoofvlees. Draadjesvlees, noemen Nederlanders dat. En zij breken botten, terwijl wij Vlamingen ze dragen. Enfin, tot morgen maar weer.

Maandag 26 september 2022
Col de Verghju dedju!

Moeder Gods, wat een dag! Die begon met 35 kilometer klimmen naar de Col de Verghju, dedju! Geen al te grote percentages, dat niet, al ben je snel meer dan twee uur bezig. Er lopen daar varkens langs de kant van de straat te snuffelen. Wel een beetje opletten in de afdaling, er zal meer één varken een kieken zijn en de weg oversteken. Je gaat van nul naar 1467 meter om boven een selfie te nemen en naar beneden te zoeven, zo gaat dat op fietsvakanties. Je doet er wat langer over maar da’s wel hetzelfde hoogteverschil van een Ventoux. De voorgestelde stop in Vico laten we links liggen omdat de wachttijden buitensporig lang blijken. Het is nadien ook buitensporig lang wachten op een nieuwe kans. Zo lang wachten dat we al half gekrompen van de droogte een vreemde man aanspreken op straat. Het koppel vult onze bidons en brengt ook druiven naar ons toe. Na deze gezellige babbel stel ik mijn mening bij. Corsicanen in kleine dorpjes zijn de vriendelijkheid zelve en bieden erg veel toegevoegde waarde aan de beleving.

We passeren een natuurstuk: ruw, desolaat en prachtig. Zo schoon, je waant je hoog in de bergen op geringe hoogte. Met een ware kloof naast je op een weggetje dat lijkt vast te hangen aan de wand. Dat we nadien in een gehucht ook nog een open bar, Colomba, aantreffen blijkt onze grootste voltreffer. We worden er verwend door een koppel dat wellicht nog nooit zeven fietsers samen zag. Charcuterie van eigen varkens, geitenkaas uit de streek, cola en lekkere koffie. Met veel trots wordt het geserveerd. Het smaakt buitengewoon goed! We waren al blij met wat cafeïne maar het wordt de perfecte tussenstop. Zeker omdat er nadien vooral gedaald dient te worden, de overnachting is namelijk zoals vaak bij de zee. Ik stap euforisch van mijn fiets, en herken de symptomen bij de anderen uit mijn groepje ook. Heerlijk gevoel! Corsica is geen klassieke fietsbestemming, wel verrassend mooi. Eigenlijk is het ook veel gevarieerder dan een fietsvakantie in de Alpen. Na vandaag is het al zeker: resoluut in mijn top drie. Er is ook een zwembad met koud water, en lekker veel warme pasta. Dat smaakt na pakweg 3000 hoogtemeters. Dertig honderd, noemen de Hollanders dat.

Dinsdag 27 september 2022
Na regen komt de bakker

Vandaag noemden we een rustdagje, een sprint race, herstel. Het was ‘slechts’ 95 kilometer, en ‘amper’ 1600 hoogtemeters. Het ontbijt was rijkelijk en iedereen was op tijd klaar om te vertrekken. Enig minpuntje: na een paar kilometer begon het te regenen, harder te regenen, keihard te regenen. De eeuwige glimlach van Antoinette bleef overeind. We probeerden even onder een boom te schuilen. Corsicaanse bomen hebben echter amper bladeren. Dan maar wat tempo maken bergop om de kou voor te zijn. Na een uurtje werd het droog en konden we droog verder. Rijd ik lek vlakbij de kerk van een godvergeten plaatsje op de berg. Band vervangen voor de ogen van een toekijkende pastoor. Was ik toch blij dar er iemand bleef wachten, dat geeft een comfortabel gevoel als de groep minuten wegrijdt.

Het weer werd ondertussen beter en beter, de route kon vandaag niet tippen aan de vorige routes. Een open bar vinden bleek ook vandaag weer geen sinecure. Uiteindelijk stoppen we tien kilometer voor het einde voor een broodje. We sneden een volledige taart in vijf. De rest van de groep sloot aan, de bakker zag zijn vitrine overrompeld, recette verveelvoudigd. Gezellige boel daar. En we moesten enkel nog een klein “hubje” over richting hotel. Zo noemen die Nederlanders dat, een “hubje”. In het restaurant krijgen we nu al voor de derde maal “draadjesvlees” met pasta. Dat het hun specialiteit is, weten we onderhand wel. De wielerbus bestelde al direct een serie pizza’s erbij. Kunnen we ertegen voor mogen. Er valt te wennen aan pizza als dessert.

Er heerst wat stress voor morgen, keuzestress vooral. De langste rit, behoorlijk slecht weer op de radar echter. Morgen zeven uur hakken we de knoop door. De Aperol Spritz bij het aperitief bracht geen helderheid. En die 97 kilometer van vandaag, had ik daar toch niet beter 100 van gemaakt? Stom.

Woensdag 28 september 2022
De langste naar Corte

Vandaag had werkelijk niks te maken met de rest van de week. En het slot van de etappe had ook helemaal niks te maken met de eerste 5.5 uur. Vandaag stond de koninginnenrit op het programma. Liefst 160 kilometer dwars door het eiland. Enige probleem: de buienradar. En de pijpenstelen tegen het raam. Enkele sterke beren vertrekken in de gietende regen, ik zelf stap in de bus met de vaste wil om er dertig kilometer verder uit te stappen. Er is namelijk de optie om de rit wat in te korten. ’Nou, wie stapt er uit de bus?’, komt de vraag 30 km verder. Twee vingers gaan schuchter de lucht in, die van Stan en mij. 130 km, of zes uren heroïek. De anderen rijden door naar de eindplaats en kunnen daar nog een lokaal ritje doen. Mijn flandrienscore maakte bokkensprongen vandaag, eerst bergaf en dan twee stappen vooruit. Ik moet niet te veel mopjes maken over flandriens en Nederlanders, die dingen komen terug in je gezicht. Bon, ik mag er niet aan denken dat ik was blijven zitten.

Stan en ik reden een solide tocht, kruisten de mannen en dame van de langste afstand, hadden de kou onder controle behalve in dat armtierige cafeetje halfweg. De rit bestond uit vier beklimmingen van een tiental kilometer, de regen wisselt een matige variant met plensbuien af. Wat verder worden we tegemoet gereden door enkele mensen die bleven zitten. Het leek wel een ontvangstcomité. Ik zat echter veel meer ‘in the zone’. Ik was op missie. Was het de eerste dagen, genieten, cruisen dan was het vandaag twee (later drie) mannen en een opdracht. Overleven, de koude verdragen, de regen verslaan. Vandaag was grijs, geen uitzicht en al zeker geen zin om de handschoenen uit te doen. Ook slecht weer dagen kunnen leuk uitdraaien. We finishten onder een staalblauwe hemel. Vanavond geen draadjesvlees, wel penne. Met frieten. Waar zijn die gasten hier toch mee bezig? Wereldvreemde koks op hun eiland. Het is de laatste avond op vaste grond, dat vierden we met een afsluitende limoncello. Morgen moeten we gewoon op tijd bij de boot halen. Het einde nadert, vandaag hakte er toch zwaarder in dan de vorige dagen. Slaapwel.

Donderdag 29 september
Bast(i)a!

Ik zit terug in de kajuit. De boot is moderner, de kajuit ook, de zee woeliger. Me don’t like. Vandaag was de laatste fietsdag. Fietsen onder tijdsdruk, want we hadden een boot te halen. De laatste regen viel er ’s nachts uit, de temperatuur is ‘korte-mouwen-bergop-armstukken-bergaf’. Fris voor de tijd van het jaar hier zeggen de locals, veel beter dan thuis wel. De laatste rit brengt ons in Bastia, begin- en eindhalte van onze trip, de cirkel is bijna rond.  

De laatste rit gaat door een kastanjegebied (lokale specialiteit op Corsica), over een weg in aanleg, langs een hek, en terug bij een zeer goed uitvallende tussenstop bij de chambre d’hote. We twijfelden zelfs als we wel konden stoppen hier. De gastvrouw haalt zelfgebakken koekjes en verse cake op de tafel, samen met een lekkere grote mok koffie. Met nog twee afdalingen en een slotklim voor de boeg, overvalt het einde-van-de-vakantie-gevoel me een beetje. Het is super mooi geweest, genoten, het zitvlak is blij dat het bijna gedaan is, en tegelijk ook bijna tijd om naar huis te gaan. Terwijl ik geniet van het kronkelend naar beneden zoeven temidden een prachtig landschap. Die laatste klim is trouwens wel een verrassing van formaat: op papier terug van die Corsicaanse percentages, zes procent. In werkelijkheid blijken die echter een combi van 0 en 12 procent. Pittig slotstuk. De laatste afdaling is echter volop genieten. Dalen tot de zee langs duizend bochten. Gedaan met hoogtemeters. Het slotakkoord langs de kustlijn is een lange rechte weg richting Bastia. Brommeren met een treintje, om dan af te sluiten met een fantastische coupe Amarena bij de haven van Bastia. En dezelfde chaos van jewelste om de boot op te geraken. Basta!

Liefste dagboek,
Morgen zal ik niet meer schrijven maar alvast een voorspelling van de dag. Het wordt een lange busdag om niet lang te onthouden, nagenietend van een fietsweek om niet snel te vergeten. Sanne weet ondertussen de koffie minder straf te maken, en bij de traditionele snelbingo zal ik niet de hoofdprijs winnen. Geen korting op de volgende fietsreis dus. Ik denk echter dat ze me zo ook wel terug zien.